In het seizoen 1976-1977 was NAC Breda vastberaden om terug te keren naar de Eredivisie, het hoogste niveau van het Nederlandse voetbal. Na een teleurstellend vorig seizoen, waarin de club niet in staat was om te promoveren, waren de verwachtingen hooggespannen onder de supporters. De ploeg, onder leiding van trainer Kees Rijvers, had een sterke selectie met spelers die vastberaden waren om hun doelen te bereiken.

NAC begon het seizoen met een combinatie van ervaren spelers en veelbelovende talenten. Het team speelde een aantrekkelijk spel, waarbij de nadruk lag op aanvallend voetbal en teamwork. De supporters, ook wel bekend als de 'NAC-fans', waren vanaf het begin zeer betrokken, wat de sfeer in het Rat Verlegh Stadion versterkte. Dit seizoen zou het echter niet zonder uitdagingen zijn; er waren momenten van twijfel en tegenslag.

De cruciale wedstrijd van het seizoen vond plaats op 15 mei 1977, tegen FC Volendam. NAC Breda moest deze wedstrijd winnen om de promotie veilig te stellen. De spanning was te snijden, en het stadion was gevuld met fervente supporters die hun team luidkeels aanmoedigden. De wedstrijd zelf was een ware thriller, waarbij NAC Breda met 4-0 won. Dit resultaat zorgde voor een explosie van vreugde onder de fans, die het team nu naar de Eredivisie zagen stijgen.

Na de overwinning op FC Volendam was de vreugde in Breda niet te stoppen. De spelers werden als helden onthaald, en de straat kwam tot leven met feestvierende supporters. De promotie was niet alleen een overwinning voor het team, maar ook een overwinning voor de stad Breda, die altijd trots is geweest op haar voetbalclub.

Deze promotie in 1977 blijft een van de meest gekoesterde herinneringen in de geschiedenis van NAC Breda. Het markeerde niet alleen de terugkeer naar de hoogste liga, maar het versterkte ook de band tussen de club en haar supporters. Sindsdien is NAC Breda een onmiskenbaar onderdeel van de lokale cultuur en identiteit geworden, en die historische promotie blijft een mijlpaal die altijd in de harten van de Bredanaars zal voortleven.